17 mei, Wereldinformatiedag
Meer dan een eeuw lang droomden we van een wereld waarin informatie sneller, verder en vrijer zou circuleren. Vandaag is die droom dagelijkse realiteit geworden. En soms ook ons probleem.
17 mei is Wereldinformatiedag. Die datum verwijst naar 17 mei 1865, de dag waarop de eerste Internationale Telegraafconventie werd ondertekend. Toen was de uitdaging duidelijk: afstanden overbruggen, een signaal doorgeven en gebieden met elkaar verbinden. Later heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties deze datum bevestigd om eraan te herinneren dat de informatiemaatschappij niet alleen over technologie gaat, maar ook over het vermogen van samenlevingen om informatie nuttig, verantwoordelijk en inclusief te gebruiken.
Maar onze uitdaging is veranderd.
We hebben geen gebrek meer aan informatie. We hebben er te veel. Te veel berichten, te veel meldingen, te veel content, te veel meningen, te veel data, te veel versies van hetzelfde document.
We hebben de strijd om toegang gewonnen. We hebben de strijd om kwaliteit nog niet gewonnen.
Lange tijd was toegang tot informatie al een vorm van macht. Informatie controleren en verspreiden is dat nog steeds. Vandaag verschuift de macht: ze ligt in het vermogen om informatie te selecteren, te controleren, te prioriteren, in de juiste context te plaatsen en soms ook te weigeren wanneer ze onvoldoende betrouwbaar is.
Want beschikbare informatie is niet noodzakelijk nuttige informatie. Informatie die duizend keer gedeeld wordt, is niet noodzakelijk waar. Goed geformuleerde informatie is niet noodzakelijk stevig onderbouwd. Informatie die ons goed uitkomt, is niet noodzakelijk juist.
Dat is waarschijnlijk een van de gevaarlijkste valkuilen van onze tijd: we verwarren vlotheid vaak met betrouwbaarheid.
Informatie is overal
Alles circuleert snel, en daardoor lijkt alles vanzelfsprekend. Een LinkedIn-post, een korte video, een screenshot, een statistiek uit haar context, een goed gestructureerd AI-antwoord. Alles kan de indruk geven dat we de zaken onder controle hebben. Maar achter die indruk ontbreekt soms het essentiële: de bron, de context, het bewijs, de datum, de intentie, de methode.
In het maatschappelijk leven leidt dit tot verwarring, polarisatie en wantrouwen. We delen informatie omdat ze bevestigt wat we al denken. We reageren op een titel zonder de inhoud te lezen. We maken van een mening een feit. We verspreiden een emotie alsof ze een bewijs is.
In organisaties werkt het mechanisme anders, maar het risico is hetzelfde. Een team neemt een beslissing op basis van een bestand dat niet meer up-to-date is. Een medewerker werkt op de verkeerde versie van een document. Een project verliest tijd omdat informatie verspreid zit over Teams, SharePoint, e-mails, persoonlijke mappen en oude servers. Een gegeven bestaat ergens, maar niemand weet waar, of of het nog geldig is.
In beide gevallen is het probleem niet alleen technisch. Het is cultureel.
Ontbreekt het ons aan kritisch denken?
We hebben veel geleerd over produceren, publiceren, zoeken en delen. We hebben minder geleerd over hoe we op een goede manier kunnen twijfelen. Het gaat er niet om alles te wantrouwen of cynisch te worden. Het gaat erom enkele eenvoudige vragen te stellen voor we informatie geloven, gebruiken of doorgeven.
Waar komt ze vandaan? Wie heeft ze geproduceerd? In welke context? Is ze gedateerd? Is ze verifieerbaar? Gaat het om een feit, een mening, een interpretatie of een hypothese? Wat ontbreekt er om ze goed te begrijpen?
Deze vragen zouden reflexen moeten worden. Niet alleen voor journalisten, experten, leerkrachten of beleidsmakers. Voor ieder van ons.
Artificiële intelligentie maakt die nood nog dringender. AI kan een bijzonder nuttig instrument zijn om samen te vatten, te structureren, te vergelijken of te verkennen. Maar ze kan ook met veel overtuiging foute antwoorden produceren. Ze kan kwetsbare informatie een overtuigende vorm geven. Ze kan de productie van content versnellen zonder automatisch de kwaliteit van de redenering te versterken.
Dat betekent niet dat we AI moeten afwijzen. Dat zou het verkeerde antwoord zijn. De echte kwestie ligt elders: hoe krachtiger de tools worden, hoe hoger onze eisen moeten worden. Technologie vervangt het oordeel niet. Ze stelt het op de proef.
Maar die vereiste mag niet alleen op individuele waakzaamheid rusten. Tegen burgers zeggen dat ze “kritisch moeten zijn” volstaat niet. Kritisch denken is geen magische reflex. Het is een vaardigheid die je leert, oefent en doorgeeft.
Dat is precies de bedoeling van het werk van de vzw Citoyens numériques met de RÉCIT-aanpak, geïnspireerd door Québec. Het doel is concreet: een netwerk van opleiders vormen die jongeren de basis kunnen meegeven van een stevige digitale helderheid. Geen algemeen wantrouwen tegenover alles wat online circuleert, maar het vermogen om te lezen, vragen te stellen, te controleren en de mechanismen te begrijpen die onze relatie met informatie beïnvloeden.
Opleiden tot kritisch denken in het digitale tijdperk betekent leren onze eigen cognitieve vooroordelen te herkennen. Het betekent begrijpen waarom bepaalde informatie ons meer aantrekt dan andere. Het betekent ook generatieve AI met onderscheidingsvermogen gebruiken: begrijpen wat ze kan bijdragen, maar ook wat ze kan vervormen, verzinnen of te sterk vereenvoudigen.
Deze aanpak is essentieel, omdat ze het debat op de juiste plaats legt. Het probleem is niet alleen toegang tot betere tools. Het probleem is mensen opleiden die ze met oordeel kunnen gebruiken. Een informatiemaatschappij kan niet duurzaam functioneren als haar burgers niet beschikken over een minimale cultuur van verificatie, context en verantwoordelijkheid.
De missie van Exquando
Hier vindt de missie van Exquando een natuurlijke weerklank, zonder een commerciële boodschap te worden. Sinds haar oprichting vertrekt Exquando vanuit een eenvoudige overtuiging: betrouwbare informatie komt niet uit de lucht gevallen. Ze wordt opgebouwd.
Ze wordt opgebouwd wanneer documenten op de juiste plaats staan. Wanneer versies beheerst worden. Wanneer informatie volledig, veilig en up-to-date is. Wanneer iedereen weet waar hij of zij geproduceerde informatie moet opslaan en waar de nodige informatie te vinden is. Wanneer de organisatie begrijpt dat informatie geen secundaire stroom is, maar een voorwaarde voor vertrouwen, samenwerking en besluitvorming.
“Build Trustworthy Information” is dus niet alleen een professionele formule. Het is een manier om naar onze tijd te kijken.
Uiteindelijk loopt dezelfde uitdaging doorheen de samenleving, bedrijven, administraties en burgers: hoe zorgen we ervoor dat informatie ons helpt beter te begrijpen in plaats van ons te doen verdwalen? Hoe behouden we ons beoordelingsvermogen in een wereld die ons voortdurend aanzet om sneller te reageren?
Wereldinformatiedag zou ons daaraan moeten herinneren. Vooruitgang gaat niet langer alleen over informatie laten circuleren. Het gaat erom opnieuw waarde aan informatie te leren geven.
Van de telegraaf van 1865 tot de artificiële-intelligentiemodellen van 2026 blijft informatie een kostbaar actief. Ze kan verhelderen of misleiden. Verbinden of verdelen. Vertrouwen versterken of beschadigen.
Het verschil zit niet alleen in de tools die we gebruiken. Het zit in de manier waarop we informatie produceren, organiseren, controleren, doorgeven en aanleren.